Zweefvlieg

Zweef-vliegen of bloemvliegen (Diptera; Syrphidae)


Een zweefvlieg is een insecten en wordt ook wel bloemvlieg genoemd. De wetenschappelijke benaming is Syrphidae. Ze lijken erg op wespen, hommels en bijen in uiterlijk en gedrag maar het zijn vliegen en hebben zodoende 2 vleugels vandaar de wetenschappelijke naam: Diptera (tweevleugeligen).

Zweef-vliegen kan je bijna overal op aarde vinden, behalve op de noord of zuid pool. De volwassen vliegen zijn vaak op bloemen te vinden, maar ook rondkruipend op bladeren of bij bomen rondvliegend. De larven leven van bladluizen, keverlarven, in wespen of mieren nesten, in planten wortels of bolgewassen, in uitvloeiend sap van bomen, rotende planten delen in sloten of plassen en in rotholtes in bomen.



Over insecten, de zweefvlieg en mimicry


De algemene bouw van insecten is hetzelfde met een hoofd, een bortstukrug met daaraan vast 6 poten, en een achterlijf. Aan het bortstuk zitten vaak vleugels en/of dekschilden vast die al of niet het achterlijf bedekken. Zo hebben kevers een dekschild met vaak vleugels eronder. Bij bijen, wespen en hommels zijn de dekschilden omgevormd tot vleugels en deze insecten hebben zodoende 2 paar vleugels. Mieren, die ook tot de wasachtige behoren zijn vaak vleugelloos behalve de mannetjes en koninginnen. Bij de familie van de vliegen (Diptera) waartoe ook de zweefvliegen (Syrphidae) behoren zijn de achterste vleugels gereduceerd tot knots vormige halters.

 

De kenmerken van bijen, hommels en wespen zijn de geel met zwarte en soms rode kleuren, de lange gekleurde beharing, de lange bewegelijke antennen (voelsprieten), het vaak ingesnoerde achterlijf, de kop met kleine ogen en kaken, vier vleugels die opgevouwen kunnen worden (vandaar dat ze ook wel plooivleugelwespen heten) en op de achterpoot een plaats waar stuifmeel verzameld wordt. Vaak lopen ze onrustig over bloemen heen en weer  waarbij ze ademhalen door het bewegen van het achterlijf. Een ander belangrijk kenmerk is dat ze een angel hebben waarmee ze gif kunnen spuiten. Vooral door dit vieze gif vinden andere insecten, reptielen en vogels ze niet lekker.

 

De zweefvlieg wil ook niet opgegeten worden en probeert zodoende belagers of te schudden door net te doen alsof ze van die vies smakende bijen, wespen of hommels zijn. Dit wordt mimicry genoemd. De zweefvlieg is daarom ook vaak geel met zwart gekleurd of heel erg behaard.

 

Een zweefvlieg heeft in tegenstelling tot bijen, wespen en hommels korte bijna onbeweeglijke antennen, grote ogen, en maar 2 vleugels die niet opgevouwen kunnen worden. Bovendien hebben ze geen kaken (maar een tong) en geen angel en zijn ze dus volkomen onschuldig en kan je ze zonder zorgen vastpakken om te bestuderen.

 

Naast de kleur van de zweefvlieg proberen ze ook op andere manieren op bijen, wespen of hommels te lijken. Hieronder een kort schematisch overzicht:

Lange bewegelijke antennen: de (donkere) voorpoten voor de kop te bewegen of door verlengde antennen of antennen op een lange knobbel te hebben.

Ingesnoerd achterlijf: soms ook ingesnoerd achterlijf of door kleuren die de indruk wekken van insnoering.

In rust opgevouwen vleugels: vleugels met een donkere voorrand lijken smaller als ze over elkaar heen zitten.

Achterpoot met stuifmeel: verdikkingen op de achterpoot soms met bossen lange haren.

Ademhalen met het achterlijf: met de vleugels heen en weer bewegen over het achterlijf, lijkt dan net alsof het achterlijf zelf beweegt.

 

Hieronder zie je een paar foto's van een zweefvlieg en de insecten die ze nabootsen. weet jij welke de zweefvlieg is? (deze foto's moeten nog komen)

 


Hoe ziet een zweefvlieg eruit en hoe worden de verschillende delen benoemd.

Hiernaast staat het vrouwtje van Pipizella ochreobasalis van Steenis & Lucas, 2011 afgebeeld.

 

Elk insect, en dus ook zweefvliegen, hebben een:

Hoofd bestaande uit ogen, mond, en gezicht.

Borststuk met een rug, borstzijplaten en daaraan vast zitten de poten (3 paar), en eventueel de vleugels en vleugelknopjes (haltere).

Achterlijf opgedeeld in segmenten en met een rug en een buik. 


In de volgende figuren wordt ieder lichaamsdeel apart weergegeven met cijfers erbij die verwijzen naar de verschillende onderdelen.


A spriet

B voorhoofd

C oog

D kruin

E sprietborstel

F occiput

G ocellen

 


 

 

 

 

A poot 1

B poot 2

C halter

D schildje

E poot 3

F voet (tars)

G scheen

H dij

 


 

 

A schildje

B achterlijfssegment 1

C segment 2

D segment 3

E segment 4

F segment 5


A ader CuP en A1

B ader CuA

C ader M

(de ader tussen cel III en V is ader bm-cu, zie beneden)

D ader CuA2

E ader A1+ CuA2

F ader CuA1

G ader M

H ader dm-cu

I ader M2

J ader M1

K ader r-m

L subcostaal ader

M costaal ader

N ader R1

O ader R 2+3

P ader R 4+5

Q ader M1 + R 4+5

 


 

A bijvleugel (alula)

B cel IV (cu)

C cel V (bm)

(de ader tussen cel III en V is ader bm-cu)

D cel III (dm)

E cel II (r4+5)

F stigma

G zwevende ader (vena spuria)

H cel I (r1)


Foto's

Brachyopa testacea Rusland, Altai
Brachyopa testacea Rusland, Altai