De invloed van omgevingsfactoren

De invloed van de temperatuur op de uitsluipduur.

 

Allereerst de definitie van UITSLUIPDUUR.

Dat is volgens mij:

"De tijd die verloopt vanaf het vasthechten van de larf tot het moment

van wegvliegen van de libel op dezelfde dag".

 

Waarom nu dit "op dezelfde dag" er bij? Dat komt omdat als de temperatuur onder een bepaalde drempelwaarde ligt, er wel wordt uitgeslopen maar niet wordt weggevlogen.

 

Dat gebeurt pas als de temperatuur boven de drempelwaarde is gestegen.

Met temperatuur bedoel ik hier de maximum luchttemperatuur zoals die tussen 12.00 en 14.00 uur door mij werd gemeten.

 

Blijft de temperatuur onder de 16 graden, dan is geen enkele uitsluiper instaat om op dezelfde dag weg te vliegen.

Ze stoppen de ontwikkeling dan meestal aan het eind van stadium VI of het begin van stadium VII.

Dat wil zeggen ze spreiden soms nog wel hun vleugels, maar vliegen niet weg. Dat doen ze pas de volgende dag. Meestal moesten ze dan wel in de zon worden gezet. 

De eerste keer dat ze niet wegvlogen was op 29 april 2009.

Toen heb ik de Platbuiken die nog op de muur zaten, voorzichtig op mijn wijsvinger laten lopen en in de planten gezet.

De volgende dag heb ik ze stuk voor stuk op mijn vinger laten lopen en op een rabarberblad in de zon gezet. Ze vlogen binnen 15 tot 30 minuten weg. 

 

Zo blijkt maar weer eens, de grote invloed van direct zonlicht op insecten.

Een verschijnsel dat ik al kende uit de noorse Fjäll, waar het, ook in de zomer, tamelijk fris kan zijn.

Daar zoemen alle insecten tot er een wolk voor de zon schuift.

Dan is het ineens doodstil.

Is de wolk weg, dan is het gezoem direct weer terug.

 

Als ze in de zon zitten, vangen ze kennelijk een heleboel stralingswarmte op.

Dat het de straling is, valt ook af te leiden uit mijn experiment met de infrarood lamp (zie 1 of 2 jaar).

 

Op 3 mei was het nog kouder, het werd niet warmer dan 14 graden.

Er slopen er wel 10 uit, maar die bleven zitten tot de volgende dag. Toen heb ik er 9 in de zon gezet en 1 in de planten laten zitten.

De 9 in de zon vlogen weer vlot weg.

Die ene in de planten bleef er 5 dagen zitten, omdat het steeds niet warmer werd dan 15 graden.

Eén dag zelfs niet warmer dan 12 graden, en de hele dag regen.

 

Maar toen het na 5 dagen 17 graden werd, vloog hij meteen en goed weg. Dat wil zeggen alle vleugelbewegingen waren goed gecöordineerd.

Dat wijst er op dat de ontwikkeling van de hersenen niet had stilgestaan.

Ondanks kou en regen en niet eten.

 

Als het warm genoeg is hebben ze geen direct zonlicht nodig.

Bij 17 graden of meer, vliegen Platbuiken allemaal vrolijk op dezelfde dag weg

 

 

Ook een tijdelijke daling van temperatuur, bij voorbeeld tijdens een regenbui, heeft een vertragende invloed op het wegvliegen.

Maar de ontwikkeling tot ergens in stadium VI staat niet stil.

Dat is te zien in onderstaande foto's.

Voor en na regen. Links: Stadium IV; Rechts: Stadium VI.
Voor en na regen. Links: Stadium IV; Rechts: Stadium VI.

 

We zien hier dat de ontwikkeling gewoon door gaat, ook onder ongunstige omstandigheden. De temperatuur was tijdens de regen gedaald tot 12 graden.

 

Ook de lange duur van stadium VI, gezien in 2007, 2008 en 2009, wijst er op dat de ontwikkeling tot aan stadium VI altijd gewoon door gaat..

 

Tabel 1. Tijd in minuten.

Stadium I II III IV V VI VII
2007 35 39 26 41 29 78 41
2008 12 41 37 56 46 117 64
2009 28 50 43 53 46 73 24
Stadium VI duurde ieder jaar het langst.
Opmerkelijk was 2008. Het was toen warm weer (22 graden), en toch duurde stadium VI heel lang.
Mijn verklaring hiervoor is dat het in 2008 ging om larven die na één jaar zijn uitgeslopen, terwijl het in 2007 en 2009 ging om larven die pas na twee jaar uit het water kwamen.
Zie:  1 of 2 jaar
Het uitsluipen tot stadium VI verloopt kennelijk vrijwel onafhankelijk van omgevingsfactoren.
Pas als de vleugels gespreid moeten worden is die afhankelijkheid er wel.
Het lijkt aannemelijk dat juist voor het spreiden van de vleugels meer energie nodig is.
Deze energie kan komen uit de temperatuur of uit directe zonnestaling; soms zelfs door de straling van een infra rood lamp. (zie: 1 of 2 jaar).
Maar ook de wind heeft invloed op het spreiden van de vleugels.
Bij harde wind duurde het langer voordat de vleugels waren gespreid.Vooral bij de uitsluipers die op de muur zaten was dat het geval.
Maar ook heb ik, op een enkele na, er nooit één na 18.00 uur voor het eerst zien wegvliegen.
Dan bleven ze altijd tot de volgende ochtend zitten. 
Dus ook het uur van de dag heeft invloed.